Hemelvaart van Christus

Geplaatst op 9 april 2024

Feestdagen

De compositie is in twee helften verdeeld. Op de bovenste helft wordt Christus in een wolk door vier engelen ten hemel gedragen. Op de onderste helft zijn degenen die achterblijven afgebeeld met in het midden de Moeder Gods, als beeld van de Kerk, geflankeerd door twee in het wit geklede mannen, op iconen meestal afgebeeld als engelen.

Wie zijn die ‘twee mannen’? Lucas maakt driemaal melding van ‘twee mannen’: tweemaal in zijn evangelie en één keer in zijn ‘Handelingen van de apostelen’. De eerste keer in het verhaal van ‘de verheerlijking op de berg (Thabor)’ – Luc. 9,28-36. Daarin worden ook hun namen vermeld: Mozes en Elia. Mozes en Elia staan voor de twee voornaamste delen van de Joodse bijbel: de wet en de profeten, de maatstaven van Jezus’ leven. Zij spreken met Jezus over ‘zijn uittocht’.

De tweede keer treffen we de ‘twee mannen’ bij Jezus’ lege graf, waar ze de vrouwen vertellen: “Wat zoekt ge de levende bij de doden? – Hij is niet hier, nee, hij is opgewekt!” Bij Lucas zijn het uitdrukkelijk ‘twee mannen’ daar bij Jezus’ graf! Onder invloed van het verhaal van Mattheüs en de schilderkunst denken wij meestal aan engelen bij het lege graf. Maar Lucas zegt: ‘twee mannen’. Niet zomaar ‘twee mannen’, maar mannen die door het graf niet vastgehouden konden worden of het graf niet hebben gekend. Van Mozes wordt in Deuteronomium (33, 5-6) verteld dat hij in eenzaamheid stierf, door God zelf werd begraven en dat men zijn graf nooit heeft teruggevonden. Veel Joden geloven dat God Mozes met zich mee ten hemel heeft opgenomen. Van Elia kennen we het Bijbelverhaal dat hij in een vurige wagen ten hemel werd gevoerd (2 Kon. 2,1-18).

De derde keer dat Lucas het heeft over ‘twee mannen’ is in zijn verhaal over Jezus’ ten hemel opneming (Hand. 1, 1-11): samen met zijn dood en verrijzenis Jezus’ “uittocht”, waarover het al ging op de berg Thabor. De vraag van de ‘twee mannen’ moet de blikrichting van de leerlingen totáál veranderen! In plaats van naar de hémel te staren, moeten ze op áárde de lijn voortzetten waarin ook Jezus gestaan had. En ze moeten zijn getuigen worden “in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria en tot het einde der aarde”, zoals Jezus hen net voor zijn ten hemel opneming nóg eens gezegd had.
De Moeder Gods en de apostelen zijn degenen op wiens schouders de kerk nu zal rusten.
De iconografie sluit aan bij die van de vergoddelijkte Romeinse keizers: op een schild geheven en door arenden of geesten gedragen.

Inscripties
‘OωΝ (HO OON) in het aureool van Christus betekent: De Zijnde
CTи  Моисей (De heilige Mozes)
CTи  Илиа (De heilige Elia)

Formaat: 30 x 40 cm, verdiept houten paneel, ei-tempera, bladgoud